Uitleg voor nerds
Alles wat op de hoofdpagina bewust is weggelaten: de formules, waar de getallen vandaan komen, hoe het inrichtingsmodel geijkt is, en vooral waar deze rekenhulp de mist in kan gaan. Als je iets vindt dat niet klopt, hoor ik dat graag — dan pas ik het aan.
← terug naar de calculatorDe kern: Norris-Eyring, niet Sabine
De bekendste formule voor nagalmtijd is die van Sabine:
Die klopt alleen zolang er weinig absorptie in de ruimte zit. Zodra je een kamer behandelt loopt de gemiddelde absorptiecoëfficiënt ᾱ boven ongeveer 0,2, en dan overschat Sabine de nagalmtijd structureel. In de gevallen die ik heb doorgerekend met 12 tot 14 procent — precies in het gebied waar de bezoeker zit. Sabine kan bovendien nooit T60 = 0 opleveren, zelfs niet bij α = 1, wat fysiek onmogelijk is.
Daarom rekent Galmweg met Norris-Eyring:
Die gaat wél netjes naar nul. In de uitgebreide modus staan beide waarden in de tabel, zodat je het verschil zelf ziet.
Per octaafband, niet één getal
Absorptie is sterk frequentieafhankelijk: dezelfde plaat steenwol doet bij 4 kHz bijna alles en bij 125 Hz bijna niets. Eén enkel RT60-getal is daarom fysiek betekenisloos. Er wordt gerekend over 125, 250, 500, 1000, 2000 en 4000 Hz. Het hoofdgetal op de pagina is het gemiddelde van 500 Hz, 1 kHz en 2 kHz — dezelfde banden waarop EBU Tech 3276 en ANSI/ASA S12.60 hun eisen baseren.
Waarom de laagste band grijs staat
Onder de Schroeder-frequentie is het geluidsveld niet diffuus maar modaal: er staan golven stil tussen de wanden in plaats van dat er statistisch nagalm optreedt. Het verschil tussen twee plekken een halve meter uit elkaar kan daar 10 tot 20 dB zijn.
Voor een slaapkamer van 30 m³ ligt die grens rond 200 tot 300 Hz. De 125 Hz-band valt er dus altijd onder, en vaak een deel van 250 Hz ook. Geen enkele nagalmformule geldt daar — Sabine niet, Eyring niet, deze niet. Daarom staan die staven grijs in plaats van dat er een getal wordt voorgewend. De constante 2000 is zelf overigens een benadering; in de literatuur circuleren waarden tot ongeveer 3000, dus lees de grens als ±20 tot 30 procent.
Het inrichtingsmodel, en waarom het er is
De eerste versie van deze calculator rekende alleen met wanden, vloer, plafond en glas. Dat is geen kleine vereenvoudiging maar een factor drie tot vier fout. Veldonderzoek van Díaz & Pedrero (2007) mat 11.687 woningen in Madrid door:
| Kamer van 50–60 m³ | 125 | 250 | 500 | 1k | 2k | 4k |
|---|---|---|---|---|---|---|
| leeg (n=8) | 2,11 | 2,16 | 1,82 | 1,70 | 1,51 | 1,23 |
| ingericht (n=463) | 0,63 | 0,53 | 0,48 | 0,44 | 0,41 | 0,38 |
Meubels, gordijnen en kleden doen dus verreweg het meeste werk. Wie ze weglaat adviseert drie keer te veel panelen.
Op twee punten geijkt
Meubelabsorptie zit in het model als absorptie per m³ kamervolume. De reeks voor "normaal ingericht" is niet geschat maar teruggerekend: met dunne gordijnen en een klein kleed komt een kamer van 55 m³ precies uit op de gemeten Madrid-reeks hierboven.
Eén ijkpunt is echter niet genoeg, en dat bleek pijnlijk. Per volume schalen loopt uit de hand in een grote open ruimte: een keuken-eet-woonkamer van 111 m³ heeft niet twee keer zoveel banken als een woonkamer van 55 m³, alleen twee keer zoveel lege vloer. Bij een echte testkamer kende het model 20,9 sabins meubelabsorptie toe waar er 5,5 stonden, en adviseerde daardoor nul panelen voor een kamer die 1,57 s nagalmde.
Daarom is er een tweede categorie, "ruim opgezet", geijkt op diezelfde kamer maar dan item voor item doorgerekend — grote leren bank, twee fauteuils, kleine bank, eetkamerstoelen, lage boekenplank. Het model geeft nu 1,34 s en 25 panelen waar de handmatige som 1,57 s en 24 panelen geeft. Twee onafhankelijke methodes, vrijwel dezelfde uitkomst.
Leer versus stof
Leer en kunstleer absorberen duidelijk minder dan stof; de verhouding uit de meetreeksen loopt van ongeveer 0,91 bij 125 Hz tot 0,69 bij 1 kHz. Dat scheelt bij dezelfde bank zo'n derde, en het is daarom een aparte vraag.
Waar de getallen vandaan komen
- Absorptiecoëfficiënten voor bouwmaterialen, gordijnen en tapijt: gepubliceerde meettabellen, onderling gecontroleerd. Waar bronnen uiteenliepen — glas en tapijt verschillen tot een factor vijf bij lage frequenties — is één samenhangende reeks aangehouden.
- Steenwol en glaswol: testdata van Owens Corning 703-klasse materiaal.
- PET-vilt en schuim: fabrikantendatasheets volgens ISO 354.
- Zitmeubels: gepubliceerde coëfficiënten per m² bekleding.
- Waarden met een * in de materiaallijst zijn geïnterpoleerd tussen gemeten spleetmaten, niet één-op-één uit een datasheet.
- De waarde voor lamellen is een beredeneerde schatting, geen meting. Vlakke slats met kieren doen ongeveer 60 procent van een licht gordijn.
Het paneeladvies
De totale absorptie A is lineair in het paneeloppervlak, dus het benodigde oppervlak is direct op te lossen in plaats van iteratief te zoeken. Uit Eyring volgt voor een gewenste T:
Dat gebeurt voor 500 Hz, 1 kHz en 2 kHz apart; het advies neemt de zwaarste eis, zodat alle drie de banden binnen bereik komen.
De grens van hoorbaarheid
ISO 3382-1 hanteert 5 procent als kleinste hoorbare verschil in nagalmtijd, en dat geldt voor een directe A/B-vergelijking in een laboratorium. In je eigen kamer, waar je het verschil niet naast elkaar kunt leggen, ligt de praktische grens hoger; deze tool gebruikt 12 procent. Blijft een gekozen aantal panelen onder die 5 procent, dan zegt de tool ronduit dat je het niet zult horen.
De visualisatie
Het bovenaanzicht is een stralenmodel, en dat mag alleen boven de Schroeder-frequentie. Daaronder toont hij daarom geen stuiterende stralen maar het staandegolfpatroon van de dichtstbijzijnde kamermodus.
- Het verval is niet apart gesimuleerd. De absorptie per stuitering wordt teruggerekend uit de al berekende nagalmtijd, zodat plaatje en getal elkaar niet kunnen tegenspreken. De panelen bepalen alleen wáár reflecties sneuvelen.
- Vloer en plafond doen mee. Die zijn samen ongeveer de helft van het oppervlak maar worden door een bovenaanzicht nooit geraakt; hun absorptie is verrekend als continue demping over de afgelegde weg. Zonder dat blijft een straal die tussen twee kale wanden scheert oneindig leven.
- Er zit verstrooiing in. Een perfect spiegelende rechthoek is niet natuurkundig: echte wanden strooien. Zonder die ±22° blijven axiale banen eeuwig bestaan, ongeacht wat de nagalmtijd zegt.
- Het toeval ligt vast. De verstrooiing wordt gezaaid uit je invoer, dus dezelfde kamer geeft altijd exact dezelfde animatie en dezelfde uitsterftijd.
- Volledige 60 dB. De stralen doven uit tot 60 dB stiller — precies wat nagalmtijd betekent. Elke kamer krijgt evenveel schermtijd om leeg te lopen, dus het vertragingsgetal verschilt per kamer; de vervalkromme onderin heeft juist wél een vaste tijdas en is daarom tussen kamers te vergelijken.
Waar dit misgaat
- Het is een berekening, geen meting. Voor een echt oordeel blijft een RT60-meting met een meetmicrofoon de maatstaf.
- Onder de Schroeder-frequentie geldt er niets van. Dat is geen slag om de arm maar een harde grens.
- Ongelijk verdeelde absorptie — alles op één vlak — laat Eyring de nagalm met 25 tot 35 procent overschatten. De tool waarschuwt ervoor maar corrigeert er niet voor; Fitzroy zou daarvoor het juiste alternatief zijn.
- Het inrichtingsmodel is geijkt op Spaanse appartementen en op één Nederlandse testkamer. Voor een kamer die daar sterk van afwijkt — een zolder met schuine wanden, een kerkzaal, een ruimte met een glazen pui van vloer tot plafond — is het slechts een redelijke gok.
- Absorptie van boekenkasten en bedden kon ik nergens goed onderbouwd vinden. Die zitten alleen impliciet in de inrichtingscategorieën.
Bronnen
- Díaz & Pedrero, The reverberation time and equivalent sound absorption area of rooms in dwellings, Noise & Vibration Worldwide, 2007 — 11.687 gemeten woningen.
- JASA — Calibrating the Sabine and Eyring formulas
- Vergelijking Sabine / Eyring / Fitzroy / Millington-Sette (TU Gdańsk)
- EBU Tech 3276 — streefwaarden regiekamer
- ISO 3382-parameters en hoorbaarheidsdrempels — 5% voor T20/T30
- Sound On Sound — Choosing & Using Porous Absorbers
- bobgolds.com absorptietabel · acoustic.ua meetdata